Vriendenkring Spinoza

De waarde van een vriendenkring werd door Spinoza hoog aangeslagen, vandaar deze titel. Dit blog wil het inzicht vergroten in het denken van Spinoza. Spinoza's opvattingen over mens en maatschappij zijn in onze tijd nog uiterst waardevol en actueel. 'Ik gaf mij geheel over aan de lectuur van Spinoza en dacht, terwijl ik in mijn eigen binnenste keek, nooit zo duidelijk de wereld te hebben gezien'. Goethe

Naam:
Locatie: Amsterdam, Netherlands

Sinds een aantal jaren een zeer grote interesse in Spinoza en zijn betekenis voor onze tijd, zowel zijn opvattingen over de mens als de maatschappij en de politiek.

03 februari 2006

Het Hoogste Goed en Aard en Oorsprong van de Hartstochten

Gisteravond is mijn workshop -kennismaking met Spinoza- in de Boomspijker van start gegaan.
Ik vond het een enerverende bijeenkomst, iedereen was zo goed bij de les dat het een genot was om ons samen te verdiepen in Spinoza's filosofie. Hier volgen twee stukken die volgende week gelezen en besproken worden.

(voorwoord bij de Verhandeling over de verbetering van het verstand)

HET HOOGSTE GOED (vertaling Theo Verbeek 2002 )

1 Nadat de ervaring mij al geleerd had dat alles wat zich in ons dagelijks leven voordoet ijdel is en van geen betekenis, immers ik zag in,dat alles waarvoor ik bang was en waarom ik mij zorgen maakte, van zichzelf noch goed noch kwaad is - behalve voor zover ons gemoed erdoor wordt aangedaan- heb ik ten langen leste besloten om na te gaan of er iets is dat waarlijk goed is, waaraan men ook deel kan hebben, en dat bovendien zodanig is da t het de ziel raakt op een wijze die al het andere doet vergeten; ja, of er iets is dat, eens gevonden en verworven, mij tot in eeuwigheid en zonder onderbreking de hoogste blijdschap zou geven.
2 Ik zeg 'heb ik ten langen leste besloten.' Aanvankelijk leek het me immers niet aan te raden om vrijwillig iets dat zeker was op te geven voor iets Wi1:1rvan vooralsnog niets vaststond. De voordelen van eer en rijkdom kon ik zien maar ik begreep ook dat ik gedwongen zou zijn ze niet langer na te jagen als ik ernst wilde maken met iets geheel anders.
Zou het hoogste geluk alsnog in eer en rijkdom gelegen zijn, dan moest het gevolg wel zijn dat ik het nooit zou vinden; als het daarentegen niet in rijkdom en eer gelegen was en ik me toch alleen daaraan zou blijven wijden, dan zou ik het hoogste geluk evenzeer mislopen.2
3 Lang ging ik dus bij mezelf te rade om te zien of het wellicht mogelijk was om tot een andere leefregel te komen, of althans zekerheid omtrent zulk een regel te verwerven, zonder al meteen mijn leven te veranderen en van de gewone regels af te wijken. Ik heb het vaak genoeg geprobeerd maar tevergeefs. Immers, wat doorgaans voor de meeste mensen als het hoogste goed geldt kan, als men op hun gedrag afgaat, tot de volgende drie dingen gereduceerd worden: rijkdom, eer en lust.3 En deze leiden de geest zozeer af dat deze niet langer in staat is om over enig ander goed na te denken.
4 Door lust wordt het gemoed zo volledig vervuld dat het lijkt alsof het goede reeds bereikt is en dat betekent dat het vermogen aan iets anders te denken volledig buiten spel komt te staan. Maar op zingenot volgt groot verdriet dat, als het niet alle denken volledig onmogelijk maakt, het verstand in elk geval in verwarring brengt en verdooft.
Door eer en rijkdom na te streven wordt de geest al evenzeer afgeleid, vooral als rijkdom doel op zich is, -in dat geval immers wordt er al vanuit gegaan dat dit het hoogste goed is.
5 Maar een veel grotere afleiding is eer. Eer geldt immers altijd als een goed op zichzelf, als ware dit het hoogste doel, waaraan al het andere ondergeschikt.
Anders dan bij lust is er bij rijkdom en eer dan ook geen sprake van spijt; integendeel, hoe meer we ervan bezitten, hoe groter de vreugde en hoe meer we zullen trachten ze te vermeerderen, -droefheid ontstaat immers pas als we in onze verwachtingen teleurgesteld worden.5
Eer tenslotte is vooral een obstakel omdat het verwerven ervan het noodzakelijk maakt ons te richten naar het begrip van anderen, dat wil zeggen, te mijden
wat zij doorgaans mijden en na te jagen wat zij najagen.
6 Toen ik dus inzag dat dit alles mij belette om mij op een nieuw leven toe te leggen, ja dat de tegenstelling zo groot was dat ik of het een of het ander moest opgeven, werd ik wel gedwongen mij af te vragen waarmee ik het meest gebaat zou zijn.
Immers, zoals ik al zei, ik scheen een goed dat zeker was vrijwillig op te geven voor een dat onzeker is.
Maar zelfs een weinig nadenken leerde mij onmiddellijk al dat, als ik rijkdom en eer opgaf en mij inderdaad zou toeleggen op een nieuwe leefregel, het goede dat: ik liet varen van nature juist onzeker is (zoals uit wat ik gezegd heb al va I t op te maken), terwijl van het goede dat ik zocht slechts onzeker was of het bereikt kon worden -op zichzelf is het zeker nu ik immers zocht naar een goed dat duurzaam is."
7 Geconcentreerd nadenken echter bracht me tot het inzicht dat, mits de gelegenheid mij gegeven was om over dit alles verder na te denken, ik eigenlijk al begonnen was om een zeker kwaad voor een zeker goed op te geven. Ik begreep in groot gevaar te verkeren en gedwongen te zijn om met alle macht te zoeken naar redding, hoe onzeker ook, -zoals een patiënt, lijdend aan een dodelijke aandoening en in het zekere vooruitzicht van de dood als er niets gedaan wordt, gedwongen wordt om met inspanning van al zijn krachten een geneesmiddel te zoeken, hoe onzeker ook, nu dat immers zijn enige hoop is.
Want waar het gewone volk achteraan loopt draagt niet alleen absoluut niets bij aan het behoud van ons bestaan, maar staat dat eerder in de weg en veroorzaakt dikwijls de dood van hen die het bezitten en altijd de ondergang van hen die erdoor bezeten worden.
8 talrijk zijn de voorbeelden van wie vervolging en dood trotseren omwille van hun bezit, als ook van hen die enkel om rijkdom te verwerven zich aan zoveel gevaren blootstellen dat ze uiteindelijk voor hun domheid met hun leven betalen.
En niet minder talrijk zijn de voorbeelden van hen die om aanzien te verwerven of hun eer te verdedigen allerellendigst moeten lijden.
Niet te tellen tenslotte zijn de voorbeelden van hen die door een overmaat aan zingenot hun dood hebben bespoedigd.
9 En de oorzaak van alle kwaad, zo scheen het mij toe, was het feit dat geluk en ongeluk slechts met één ding samenhangen, namelijk, met de aard van datgene waaraan we liefdevol gehecht zijn.3
Als iets dat niemand bemint verloren gaat dan is dat voor niemand reden tot onenigheid of droefheid; en als een ander het bezit, is dat geen reden voor nijd, of bange vrees, of haat. In één woord, zo iets zal nooit enige gemoedsbeweging veroorzaken, -die hebben immers alle hun oorsprong in het feit dat wat bemind wordt vergankelijk is (wat het geval is met alles wat we noemden).
10 De liefde voor iets dat eeuwig en oneindig is vervult daarentegen de ziel met enkel vreugde die van alle droefheid vrij is, -wat bij uitstek begerens- en nastrevenswaardig is.
Niettemin was het niet zonder reden dat ik zei: 'mits de gelegenheid tot ernstig nadenken mij gegeven was.
Want hoewel ik dit alles duidelijk inzag, was ik daarom nog niet in staat om van hebzucht, wellust en ambitie af te zien.

Zoveel werd mij duidelijk: zo lang mijn geest zich op deze gedachten concentreerde, werd het zo-even genoemde kwaad in elk geval afgewend en kon ik ernstig over een nieuwe leefregel nadenken--wat mij een grote troost was.
11 Het maakte mij immers duidelijk dat het kwaad niet zodanig was dat het niet verholpen kon worden.
En hoewel deze tussenpozen aanvankelijk zeldzaam waren en nauwelijks een ogenblik duurden werden ze talrijker en langduriger naarmate het mij duidelijk werd wat het ware goed is en vooral ook naarmate ik inzag dat rijkdom, lust en eer slechts obstakels zijn voor zover ze om zichzelf worden nagestreefd en niet als middel voor iets anders, -dat ze omgekeerd nooit tot excessen leiden en allerminst obstakels zijn voor zover ze als middel dienen, maar integendeel het doel waarvoor ze worden aangewend dichterbij brengen, zoals ik te zijner tijd zal aantonen.
12 Hier volsta ik met te zeggen wat ik versta onder het 'ware goed' en tegelijk uit te leggen wat 'het hoogste goed' is. Om dit te begrijpen moet men opmerken dat 'goed' en 'kwaad' slechts relatief gebruikt kunnen worden, in die zin dat eenzelfde ding 'goed' dan wel 'kwaad' genoemd kan worden afhankelijk van zijn relatie tot iets anders, op dezelfde wijze a]s iets 'volmaakt' of 'onvolmaakt' heet.
Op zich zeIf immers kan men van niets zeggen dat het 'volmaakt' dan weI 'onvolmaakt' is, zeker niet als we weten dat alles gebeurt volgens een eeuwige orde en in overeenstemming met onveranderlijke natuurwetten.
13 Aangezien een mens echter beperkte vermogens heeft en daarom niet in staat is om orde in zijn eigen denken te weerspiegelen, maar elk mens intussen wel een begrip heeft van een menselijke natuur die sterker is dan de zijne (en zich van niets bewust is dat hem zou beletten om een dergelijke natuur te verwerven), heeft hij de neiging om naar middelen om te zien die deze volmaaktheid binnen zijn bereik brengen.
Welnu, al wat een middel kan zijn om dat dichterbij te brengen wordt 'het ware goed' genoemd; 'het hoogste goed' daarentegen is om, samen met anderen, een dergelijke natuur deelachtig te worden. Wat nu die natuur is zullen we later nog wel aantonen, namelijk ‘dat ze het bewustzijn is van de vereniging van de geest met de ganse natuur."
14- In elk geval is het nu mijn doel om een dergelijke natuur te verwerven en om me ervoor in te zetten dat velen haar met mij verwerven, -tot mijn geluk behoort namelijk ook dat ik mij ervoor inspan om velen hetzelfde te doen begrijpen als ik,zodat hun begrip en hun begeerte voortaan met mijn begrip en mijn begeerte overeenkomen. En om dat mogelijk te maken is het noodzakelijk om van de natuur zo veel te begrijpen als nodig is om een betere natuur te verwerven.
Vervolgens is het nodig om een zodanige samenleving te vormen als nodig is om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen dat doel zonder moeite te bereiken.
15 Bovendien zullen we ons moeten toeleggen op moraalfilosofie en op de leer van de opvoeding van kinderen. Voorts, aangezien gezondheid ook een belangrijk middel is 0111 dit doel te bereiken, moet er een geneeskunde worden uitgedacht. En tenslotte komt, omdat de techniek vele moeilijke dingen gemakkelijk maakt en wij dankzij haar veel tijd en moeite kunnen sparen, ook de mechanica goed van pas.
16 Maar wat eerst nodig is, is een manier om het verstand te verbeteren en voor zover dat in dit stadium al mogelijk is te zuiveren, teneinde het in staat te stellen de dingen met succes en zonder dwaling te begrijpen.
Het zal dus eenieder duidelijk zijn dat ik alle wetenschappen in dienst wil stellen van slechts één enkel doel, namelijk, om wat we de hoogste menselijke volmaaktheid genoemd hebben te bereiken."
En zo kunnen we alle wetenschap die hier niets aan bijdraagt, als nutteloos ter zijde schuiven. Kortom, alles wat wij doen en alles wat wij denken, moet op dat éne doel gericht zijn.
17 Nochtans, aangezien we zolang dat doel nog niet bereikt is en het verstand nog niet op de goede weg toch ook moeten leven, zijn we wel gedwongen om enkele leefregels op te stellen en voorlopig aan te nemen dat ze goed zijn.
Deze namelijk:
- Naar het begrip van het volk te spreken en te handelen, voor zover ons dat niet belet om ons doel te bereiken, groot is immers de winst die we kunnen verwachten door aan het begrip van het volk zoveel mogelijk tegemoet te komen en bovendien verschaffen we op die manier de waarheid een gewillig oor.
- Onszelf slechts zoveel geneugten toe te staan als nodig is voor het behoud van onze gezondheid.
- Tenslotte, slechts zoveel rijkdom en ander goed te verwerven als nodig is om leven en gezondheid te bewaren en om volgens de zeden en gewoonten van onze omgeving te leven -voor zover dat ons doel niet in de weg staat.
( Vertaling van Theo Verbeek 2002 )


ETHICA DERDE DEEL Voorrede blz. 223 & 225 vert.Henri Krop
DE OORSPRONG EN DE NATUUR VAN DE HARTSTOCHTEN
WOORD VOORAF
Het lijkt alsof de meeste schrijvers over de hartstochten en over de leef\wijze van mensen, het niet hebben over natuurlijke zaken die aan de gewone natuurwetten gehoorzamen, maar over dingen die buiten de natuur staan.
Sterker nog: het lijkt alsof zij de mens in de natuur opvatten als een staat binnen de staat, want zij denken dat de mens de natuurlijke orde eerder verstoort dan in acht neemt, dat hij een onbeperkte macht over zijn handelingen heeft en dat hij door niets buiten hem, maar alleen door zichzelf tot handelen wordt aangezet.
Ze zien verder als de oorzaak van de menselijke zwakheid en onstandvastigheid niet de gewone macht van de natuur, maar een mij onbekend gebrek van de menselijke natuur, die zij daarom bejammeren, bespotten en verachten, of - wat het meeste voorkomt - vervloeken.
Wie de onmacht van de menselijke geest welbespraakt en scherpzinnig .weet te hekelen, beschouwt men als een ziener.
Toch zijn er hoogstaande mannen8 geweest - wij erkennen dat wij aan hun noeste arbeid veel te danken hebben - die veel voortreffelijke opmerkingen hebben gemaakt over de juiste leefwijze en de mensen zeer ,wijze raad hebben gegeven.
Bij mijn weten heeft echter nog niemand vastgesteld wat de natuur en de kracht van de hartstochten is en hoe de geest hen kan matigen.
Het is mij uiteraard bekend dat de zeer vermaarde Descartes, niettegenstaande zijn opvatting dat de geest een onbeperkte macht heeft over zijn handelingen, toch getracht heeft de menselijke hartstochten uit hun eerste oorzaken9 te verklaren. Tevens heeft hij laten zien hoe de geest een onbeperkte heerschappij over zijn hartstochten kan verwerven.
Naar mijn mening heeft hij echter daarmee, zoals ik te gelegener plaats zal laten zien, alleen van zijn grote scherpzinnigheid blijk gegeven.
Om nu terug te komen op de filosofen die de hartstochten en de handelingen van de mensen liever vervloeken en bespotten dan ze begrijpen: het zal hun ongetwijfeld vreemd voorkomen dat ik probeer de menselijke ondeugden en dwaasheden op een meetkundige wijze te behandelen en met zekerheid stellingen wil bewijzen, die zij afdoen als in strijd met de rede, ijdel, onzinnig en afschuwelijk.
Mijn standpunt is echter dat er in de natuur niets gebeurt wat men aan een gebrek van haar zou kunnen wijten, omdat de natuur zichzelf altijd gelijk blijft en haar kracht en vermogen tot handelen overal één en dezelfde is, dat wil zeggen, dat de regels en de wetten van de natuur - in overeenstemming waarmee alles plaatsvindt en van de ene wezensvorm in de andere overgaat - altijd en overal gelijk zijn.
Er kan dus ook slechts één manier zijn om de natuur van de dingen te begrijpen, namelijk aan de hand van de universele wetten en regels van de natuur.
De hartstochten haat, woede, afgunst enzovoort. in zichzelf beschouwd, volgen dus uit dezelfde noodzakelijke kracht van de natuur als de overige individuele dingen. Zij hebben daarom vaste oorzaken waardoor men hen begrijpt en vaste eigenschappen, die het even waard zijn om te kennen als de eigenschappen van elk ander ding, dat ons louter door de beschouwing bekoort.

Ik zal dus de natuur en de kracht van de hartstochten en de macht van de geest daarover, volgens dezelfde methode behandelen, als in het voorgaande God en de geest, en ik zal de menselijke handelingen en de begeerten beschouwen als betrof het een vraagstuk van lijnen, vlakken of lichamen.

DEFINITIES
Ik noem een oorzaak adequaat, wanneer men daardoor een gevolg helder en onderscheiden kan kennen: inadequaat of gedeeltelijk is een oorzaak, wanneer men niet alleen door deze oorzaak het gevolg kan kennen .
2 Ik zeg dat wij handelen wanneer in of buiten ons iets voorvalt, waarvan wij de adequate oorzaak zijn, dat wil zeggen (volgens voorg. def.), wanneer uit onze natuur iets in of buiten ons volgt, dat men alleen dáárdoor helder en onderscheiden kan inzien. Wij ondergaan daarentegen, wanneer in ons iets gebeurt of uit onze natuur iets voortvloeit, waarvan wij slechts de deeloorzaak zijn.
3 Onder een hartstocht versta ik de aandoeningen van het lichaam, die het handelend vermogen van het lichaam vergroten, verkleinen, ondersteunen of remmen, en tegelijk de ideeën van deze aandoeningen.
Indien wij de adequate oorzaak van een van deze aandoeningen kunnen zijn, versta ik onder een hartstocht een handeling, anders een ondergaan.

Toelichting
1 *8 Descartes/ Stoa/ Aristoteles: allemaal de vrije wil die mensen de mogelijkheid geeft in de keuze van hun handelen het goede te kiezen, Spinoza laat zien dat mensen dat juist niet kunnen omdat ze vast zitten in, een emotie, Spinoza betrekt de hartstocht bij de ethiek, terwijl de ’houdend negeerden, emoties waren geen onderdeel van de ethiek.
2 *9 Descartes - Pijnappelklier - gooit alle hartstochten op 1 hoop en wil de oorzaken die tot hartstocht leiden onderzoeken
3 Mijn standpunt…..tot ……regels van de natuur, Kern van Spinoza’s boodschap.

Definities
1 inadequaat als er meerdere oorzaken zijn, waardoor de betekenis van het gevolg het niet helemaal duidelijk is hoe dat tot stand is gekomen.
2 handelen t.o. ondergaan
3 De aandoening van het lichaam en tegelijk de idee van deze aandoening, hier komt Spinoza's monistische opvatting te voorschijn, te weten, attribuut Uitgebreidheid en attribuut Geest, ‘eigenschappen’ van God/Natuur.